dpi #569-#624 pb368

De menselijke perceptie van de werkelijkheid is er één van continuïteit en massa. De onderliggende, voor onze ogen onzichtbare structuur is er één van doorlopende discontinuïteit en ‘leegte’.
In mijn beelden zoek ik deze leegte en discontinuïteit op.

Dat wat eerst een coherent beeld was, een afbeelding van iets of iemand, direct herkenbaar als dat wat het is of zou moeten zijn, enkelvoudig en éénduidig, blijkt op een dieper niveau opgebouwd uit een schier oneindige hoeveelheid deeltjes die doorlopend volkomen onvermoede conglomeraties vormen. Eindeloos variërend in vorm en structuur.
Betekenisvolle (fotografische) beelden transformeren tot universa van op zichzelf beschouwd betekenisloze deeltjes, lijnen en vlakken. Ik beschouw ze als metaforische representaties van de kwantummechanische werkelijkheid.

Vanuit een (wetenschappelijke) fascinatie voor het ‘ontstaan van alles’ en een een afkeer van iedere (levens)overtuiging die onwetendheid in stand houdt of bevordert, zoek ik naar ‘essentie’.
Schoonheid en waarheid beschouw ik als eindproducten van een meedogenloos proces van proberen, schiften, ordenen en weglaten.
Door een dergelijk proces toe te passen op digitale beeldinformatie ontstaan volstrekt onverwachte nieuwe beelden.
Deze dragen altijd een spanning in zich op de lijn van ‘kunstmatig’ naar ‘natuurlijk’.

Ieder beeld is een poging om een ooit door  Prof. Dr. Vincent Icke gedane uitspraak te bekrachtigen :
‘Dat de wereld geschapen is, is niet op logische gronden uit te sluiten, maar esthetisch gezien is de subtiele materie waarmee ons heelal gevuld is, ruim voldoende.’